Back to top

Vrijwel direct na de Duitse inval begon Bernard IJzerdraat zich te verzetten. Hij voorspelde in zijn illegale blad het Geuzenbericht o.a. de invoering van een bonnenstelsel en de arbeidsinzet. Al snel was hij de initiatiefnemer van de verzetsgroep de Geuzen. Dit was een verzetsgroep zoals we ons die nu zouden voorstellen: men werd ‘lid’ na een beëdiging. In het eerste jaar van de bezetting stond verzet nog in de kinderschoenen en er werden weinig veiligheidsmaatregelen genomen.

Het duurde dan ook niet lang voordat de politie lucht kreeg van de groep. Uit de eerste arrestatie volgde een golf van arrestaties en werd de groep vrijwel volledig opgerold. In het Geuzenproces werden de kopstukken berecht. Op 24 februari begon het proces, dus een dag voor de Februaristaking. Samen met het neerslaan van de staking werd het Geuzenproces een waarschuwing voor iedereen die probeerde Engeland hulp te bieden of de Duitse weermacht schade toe te brengen. Zij speelden met hun leven.

Het lied der achttien doden

Dit bleek geen grootspraak toen achttien Geuzen werden veroordeeld tot de doodstraf. De andere verdachten werden verschillende straffen opgelegd. Er werden boetes uitgedeeld, maar ook een aantal jaar tuchthuis of gevangenisstraf. Het overige deel van de verdachten werd vrijgesproken. Van de achttien terdoodveroordeelden Geuzen waren er drie minderjarig, zij kregen later levenslang.

Het bekende gedicht van Jan Campert Het lied der achttien doden is gebaseerd op de laatste dagen van deze vijftien Geuzen en drie Februaristakers. Zij werden op 13 maart 1941 gefusilleerd bij de Waalsdorpervlakte. Nadat een deel van de gearresteerde Geuzen weinig gevaar zagen en namen van andere Geuzen hadden genoemd verdween deze onvoorzichtigheid met de doodvonnissen. Verzet bleek levensgevaarlijk en daarom werden steeds betere veiligheidsmaatregelen genomen.

Waar verzetsgroep de Geuzen al vrij snel werd opgerold door de SD lukte het latere verzetsgroepen vaak om langer onder de radar te blijven. Maar de verzetsacties werden steeds gewelddadiger en risicovoller. Vooral de geruchten tot de instelling van een kabinet Mussert begin 1943 veroorzaakte angst en radicalere acties. Een groeiend aantal verzetsdeelnemers hield zich nu ook bezig met liquidaties.

Risico's

In februari 1943 pleegde de communistische leider van CS-6 Gerrit Kastein verschillende liquidaties, waaronder op twee prominente Nederlandse collaborateurs: Hendrik Seyffardt en Herman Reydon. Ook Gerrit van der Veen van de Persoonsbewijzencentrale nam steeds meer risico’s. Om onderduik mogelijk te maken waren valse persoonsbewijzen nodig. Hoe goed deze ook waren, ontdekking bleef altijd mogelijk door de aanwezigheid van duplicaten in het bevolkingsregister.

Het Amsterdamse bevolkingsregister was in de nacht van 27 maart 1943 doelwit van een aanslag. In een poging het de bezetter moeilijker te maken om Amsterdammers op te sporen en te vervolgen probeerden verzetsdeelnemers onder leiding van Gerrit van der Veen het bevolkingsregister in brand te steken. Om doden te voorkomen werden de bewakers eerst bedwelmd en in het nabijgelegen Artis achtergelaten. Vervolgens trokken ze de lades open en gooiden de inhoud op de grond. Met behulp van springstof werd brand gesticht. Uiteindelijk werd slechts zo’n 15 proces van de systeemkaarten volledig verwoest. Daarmee bleef de bevolkingsboekhouding nog grotendeels intact. Na de aanslag werden uiteindelijk alle daders gearresteerd, een grote slag voor verzet in Nederland.

Centrale opslag duplicaten

Wat men niet wist was dat er altijd nog het Centrale bevolkingsregister in gebouw Kleykamp in Den Haag lag. Hierin waren alle duplicaten nog eens centraal opgeslagen. Toen het verzet dit ontdekte werd de regering in Londen gewaarschuwd en gevraagd om een bombardement. De RAF bombardeerde op 11 april 1944 en verwoeste minder dan de helft van dit schaduwarchief.